De geschiedenis van de boekdrukkunst

Drukwerk nader uitgelegd.
Het is onmogelijk te bepalen wanneer of door wie de boekdrukkunst is uitgevonden. De vinding wordt aan een aantal personen toegeschreven. Van hen is de enige die historisch gezien voor de eer in aanmerking zou kunnen komen de Chinees Pi Chang, die al in de elfde eeuw Chinese karakters zou hebben gedrukt.

Hoewel historisch bewijs ontbreekt wordt in de Westerse wereld Johannes Gutenberg vaker aangewezen als de mogelijke uitvinder, dan de Nederlander Laurens Janszoon Coster of de Vlaming Dirk Martens. Het lijkt wel vast te staan dat men in die tijd, rond 1450, in het Oosten al bekend was met zowel blokdruk als letterdruk. Hoewel het in theorie mogelijk is dat de Europese 'uitvinders' de techniek uit het Oosten hebben overgenomen, is dat niet meer vast te stellen. Het kan ook zo zijn dat men, ongeveer gelijktijdig en onafhankelijk van elkaar, de uitvinding opnieuw heeft gedaan.

In de oudheid was het principe van drukken van afbeeldingen al bekend. Dat bewijzen de vondsten van rolcilinders in Mesopotamië. Deze waren gegraveerd met afbeeldingen en spijkerschrift in spiegelschrift. Ook zijn kleitabletten gevonden met afbeeldingen die met behulp van cilinders zijn gedrukt. Eveneens gebruikten hooggeplaatste personen zegelringen om hun persoonlijke zegel of 'handtekening' op belangrijke berichten te drukken.

Vanaf het jaar 1000 zijn in Europa al boeken gedrukt met blokdruk. Hiervoor werd iedere pagina van een boek uitgesneden in een houtblok. Dit was een zeer arbeidsintensief proces. De productie van omvangrijke geschriften was hierdoor een tijdrovende bezigheid. Iets later werd wel de 'massaproductie' van bidprenten, heiligenafbeeldingen en vlugschriften door middel van blokdruk populair omdat hiervoor maar een paar blokken nodig waren.

De grote verbetering voor het drukken van teksten kwam toen men op het idee kwam om losse loden letters samen te voegen om zo een drukvorm voor een complete pagina samen te stellen. Ook kon men dan eenvoudig een losse afbeelding - uitgesneden in hout of metaal - plaatsen tussen de letters in de drukvorm. Na het drukken van een oplage kon men de letters weer hergebruiken voor een nieuwe pagina. Deze techniek werkte veel sneller. De letters waren verdeeld in hoofdletters ('bovenkast') die in de bovenste lade van de zetbok lagen, en kleine letters ('onderkast') die in de onderste lade werden bewaard. Later werd de productiesnelheid nog verder verhoogd. Men ging losse letters in lood gieten (monotype) met behulp van matrijzen. Dit was goedkoper dan blokdruk. Tot aan de industriële revolutie bleef het drukproces in wezen onveranderd in deze vorm bestaan.

Rond 1890 deed vanuit Amerika (Intertype) en Europa (Linotype) de zetmachine zijn intrede. Deze zetmachines konden complete regels gieten. Dat was in die tijd een enorme versnelling van het drukproces, mede omdat het gebruikte zetwerk niet weer hoefde te worden teruggelegd (gedistribueerd) in de letterkasten. Voor krantenkoppen gebruikte men de Ludlow. Vanaf begin jaren '70 van de 20e eeuw maakte de boekdrukkunst steeds meer plaats voor vlakdruk (offset- en rotatiedruk). Het lood moest het afleggen tegen fotozetmachines. Desk Top Publishing (DTP) begon aan haar opmars.

Wat is drukken?
Drukken is een vermenigvuldigingsprocédé waarbij, voor het weergeven van het onderwerp, drukinkt wordt overgebracht op een te bedrukken materiaal met behulp van een drukvorm en drukkracht. De boekdrukkunst werd in Europa voor het eerst in de vijftiende eeuw gebruikt.

Het vermenigvuldigingsprocédé is een manier om een onderwerp veelvuldig weer te geven. Het onderwerp kan een tekst zijn, een foto, lijnen of een tekening. Met drukinkt, een pasta-vormige inkt, wordt het onderwerp in zwart of in kleur weergegeven. Het te bedrukken materiaal is vaak papier of karton, maar kan ook blik, glas, textiel of iets anders zijn. De drukvorm is het voorwerp dat gebruikt wordt om het beeld te vermenigvuldigen. Dit wordt met drukkracht overgedragen op het te bedrukken voorwerp.

Er bestaan vier traditionele druktechnieken:

- hoogdruk of boekdruk, of flexodruk
- vlakdruk of offset (en heel vroeger steendruk)
- diepdruk
- zeefdruk

In het laatste kwartaal van de 20e eeuw is daar de elektrostatische druktechniek bijgekomen (kopiëren en laserprinten).

Hoogdruk
Hoogdruk is de oudste druktechniek. Bij hoogdruk of boekdruk zijn op de drukvorm de delen die de afdruk moeten vormen verhoogd aangebracht. In het begin werd hiervoor hout gebruikt. De delen die niet mochten drukken werden weggesneden zodat alleen het drukbeeld overbleef. Later werd voor de drukvorm een loodlegering gebruikt. De drukvorm bestond toen uit losse loden letters en clichés. De techniek met behulp van de loden vorm wordt nog wel ambachtelijk gebruikt. De huidige materialen zijn kunststof, metaal of rubber. De beeldvorm is in spiegelbeeld; de afdruk wordt leesbaar op het te bedrukken materiaal. Hoogdruk wordt soms nog wel toegepast voor drukwerk van kleine formaten en oplages. De oude hoogdrukmachines zoals de degelpers worden tegenwoordig voornamelijk gebruikt voor speciale toepassingen zoals pregen, rillen, perforeren, stansen en nummeren. Degel in bedrijf

Offset
Offset is de Engelse benaming voor vlakdruk. Deze grafische techniek kenmerkt zich door een beeldoverbrenger (drukplaat en rubber) waarvan het geïnkte deel niet in hoogte verschilt van het niet-geïnkte deel. Vlakdruk werkt op het principe dat water (onbedrukt deel) en vet (inkt; bedrukt deel) elkaar afstoten.

Het af te drukken beeld heeft een zeer glad oppervlak en het niet af te drukken beeld juist een heel fijn ruw oppervlak (fijner dan het allerfijnste schuurpapier). Eerst wordt de drukplaat bevochtigd, waarbij de hele gladde delen het water afstoten en de ruwere delen het water juist aantrekken. Daarna wordt de plaat ingeïnkt, waarbij het water op de ruwere (niet drukkende delen) de vette inkt afstoot. Dan kan er worden afgedrukt.

Bij de offsetdruk wordt de drukplaat om een grote cilinder heen gespannen die onder inktrollen en vochtrollen doordraait. Vervolgens wordt het beeld overgezet tegen een cilinder die bekleed is met een rubber doek. Vanaf dat punt wordt de afdruk op het papier overgebracht. Onder dat papier bevindt zich een tegendrukcilinder die zorgt voor de nodige drukspanning.

Conventionele persen drukken tegenwoordig kwalitatief hoogwaardig drukwerk met aluminium drukplaten, gemaakt door een Computer-to-Plate systeem. Hiermee kunnen zeer fijne rasters gedraaid worden, zoals FM-rastering. De conventionele techniek is vooral interessant voor de hogere oplagen, van één kleur tot en met full colour drukwerk.

Voorbeelden van toepassingen zijn boeken, tijdschriften, kranten (middels rotatiedruk) en reclamefolders.

Diepdruk
Bij diepdruk is het drukbeeld, zoals de naam al zegt, verdiept aangebracht. De inkt bevindt zich in zogenaamde napjes. Nadat de hele drukvorm is voorzien van een inktlaag wordt deze met een dunne stalen liniaal (de rakel) afgestreken zodat de inkt alleen in de verdiepte napjes blijft zitten. Vervolgens wordt de afdruk tot stand gebracht

Zeefdruk
De zeefdruk is in feite een verbeterde sjabloontechniek. Bij de zeefdruk bestaat de drukvorm uit een fijn nylon (vroeger zijden) gaas, waarop een sjabloon is gehecht. Dit is op een raam gespannen. Vanwege dit gaas wordt deze drukmethode ook silkscreenprinting (letterlijk: 'zijdezeefdrukken') genoemd. De mazen in het gaas die niet door het sjabloon zijn afgedekt, laten de inkt door. Het te bedrukken materiaal wordt onder het raam gelegd en de inkt wordt door middel van een rubberen rakel over het gaas gestreken. De rakel perst de inkt door de open mazen van het gaas op het te bedrukken materiaal. Zo komt de afbeelding tot stand.

Deze drukmethode wordt soms sterk geautomatiseerd. Tegenwoordig zijn er volautomatische zeefdrukmachines voor het bedrukken van de meest verschillende dragers zoals papier, hout, glas, blik, weefsels en kunststoffen.

Ontwikkelingen
De laatste revolutie in de drukkerijwereld is veroorzaakt door digitale persen, ofwel digital printing systems. Ruwweg kunnen we twee systemen onderscheiden: de xerografische (toner) systemen en de digitale offsetpersen, die met inkt werken. Beide kunnen direct vanaf computersystemen worden aangestuurd. Digitaal drukken is een techniek waarbij het drukprocédé drastisch wordt ingekort. Digitale bestanden en pagina's gaan rechtstreeks naar de drukpers zonder tussenkomst van lithografie of drukplaat-vervaardiging

De digitale persen drukken met de kwaliteit van een conventionele (offset)drukpers en bieden het voordeel van een digitaal systeem. Door de directe aansturing vanuit de computer is de machine sterk in kleinere oplagen, snelle levertijden en variabel drukken, zoals bij het personaliseren.